Wij zijn Onze mening Onze aanpak! De wet Links Contact
Overlast Melden

Wet– en regelgeving

De belangrijkste bepalingen over drugs zijn vastgelegd in de Opiumwet. Die maakt sinds 1976 onderscheid tussen harddrugs (drugs met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid zoals heroïne, cocaïne, LSD en ecstasy) en softdrugs (hasj en marihuana: drugs met minder risico’s).

Gebruik van drugs is niet strafbaar. Bezit, handel, verkoop en productie zijn dat wel.

Ook wordt bezit van drugs voor de handel zwaarder beoordeeld dan bezit voor eigen gebruik (zie strafdifferentiatie aan het eind van deze pagina).

De verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs in coffeeshops is strafbaar, maar wordt in de praktijk alleen vervolgd als de coffeeshops zich niet houden aan de AHOJ-G criteria (zie ook informatiefolder AHOJ-G criteria onderaan). De overheid wil hiermee voorkomen dat de cannabisgebruiker bij het kopen in aanraking komt met harddrugs en criminelen. Dit is ook het uitgangspunt van de wetgeving rondom het gedoogbeleid namenlijk: “harmreduction”. Minder lijden van jongvolwassenen die van softdrugs naar harddrugs afglijden. Bescherming van drugsgebruikers in een gemeente en vat kunnen krijgen op de criminaliteit rond de handel in vooral harddrugs. Het is nooit de opzet van de wetgever geweest om in Nederlandse grensgemeenten een internationaal georiënteerde vrije detailhandel van softdrugs te creëren.

Richtlijnen cannabis

De op hennep gebaseerde genotsmiddelen vallen sinds de wijziging van de Opiumwet in 1976 onder lijst II, onderdeel b,van de Opiumwet. Artikel 3 van de Opiumwet bevat het verbod voor de middelen van lijst II, en stelt dat bezit, productie en handel in cannabis verboden is. Het gebruik van cannabis is niet strafbaar. Dit geldt eveneens voor het gebruik van andere drugs.
Het bezit van cannabis is strafbaar tot op zekere hoogte. De Aanwijzing cannabis (2001) zegt hierover letterlijk: "De grens voor wat gedoogd wordt ten aanzien van de verkoop van hennepproducten door de coffeeshops is gesteld op 5 gram. Het ligt in de rede in beginsel eenzelfde grens te hanteren ten aanzien van het bezit van hennepproducten. Tot en met 5 gram, de geringe hoeveelheid voor eigen gebruik, wordt derhalve politiesepot toegepast. Bij hoeveelheden tussen de 5 en de 30 gram volgt bij ontdekking een strafrechtelijke reactie."
Een gemeente kan, in overleg met OM en politie, besluiten één of meerdere coffeeshops toe te laten. Voor de exploitatie van een gedoogde coffeeshop gelden de zogenoemde AHOJG-criteria, welke inhouden:

  • A : geen Affichering: betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; 
  • H : geen Harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; 
  • O : geen Overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; 
  • J : geen verkoop aan Jeugdigen en geen toegang aan jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar; 
  • G : geen verkoop van Grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram); onder "transactie" wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper. 
Wanneer een gedoogde coffeeshop zich houdt aan de door de lokale driehoek vastgestelde beleidsregels (minimaal de AHOJG-criteria), wordt door het OM niet opgetreden. De lokale driehoek stelt ook een maximale handelsvoorraad vast waartegen niet zal worden opgetreden. Deze voorraad mag niet meer zijn dan 500 gram. Bij overtreding van de beleidsregels of wanneer cannabis op andere punten wordt verkocht zal wel strafrechtelijk worden opgetreden door het lokaal bestuur.

De wet Damocles

In 1999 is artikel 13b van de Opiumwet, ook bekend onder de naam 'Damocles regeling', in werking getreden. Dit biedt gemeenten extra mogelijkheden om de negatieve effecten van coffeeshops tegen te gaan. Het geeft de burgemeester de bevoegdheid om coffeeshops te sluiten als deze de in het lokaal coffeeshopbeleid vastgestelde regels overtreden, ook als er geen sprake is van overlast. In de lokale driehoek kan worden afgesproken géén coffeeshops in de gemeente toe te laten (nulbeleid of nulstelsel). De gemeente kan ook kiezen voor een maximumstelsel. Dit houdt in dat de gemeente een vastgesteld maximum aantal coffeeshops toelaat. In het gemeentelijk coffeeshopbeleid kunnen tevens overige vestigingsvoorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van concentratie van coffeeshops in bepaalde wijken (grote steden), afstand tot scholen, afstand tot de landsgrens, inrichting van de winkel (toegangsdeuren, afhaalbalies,leeftijdsaanduidingen) et cetera. Verder moet de vestiging van een coffeeshops natuurlijk voldoen aan het gemeentelijke vestigingsbeleid en bouw- en brandveiligheidsbeleid.

De Wet Victoria

Aan de hand van een door meldingen en politiemutaties opgebouwd dossier, kan de burgemeester een pand waarbij aantoonbaar de openbare orde en veiligheid wordt verstoord voor de duur van een jaar sluiten. hij doet dit op grond van artikel 174a Gemeentewet.

Niet onbelangrijk is de fase die aan een sluiting voorafgaat; de fase dat de lgemeente de eigenaren ter verantwoording roept onder dreiging van een burgemeestersluiting (van een jaar). Dit heeft meestal al succes: de eigenaar blijkt eieren voor zijn geld te kiezen en het pand zelf voor de duur van drie maanden te sluiten. Dat blijkt heel effectief voor de overlastbestrijding. Omdat de overlast - en dus de verstoring van de openbare orde en veiligheid - onomstotelijk moet worden aangetoond, is het van groot belang dat ondervonden overlast wordt gemeld bij deelgemeente en/of politie. 

De wet Victor

De wet Victor is een een initiatiefwet die gemeenten in staat stelt drugspanden te onteigenen indien deze een verstoring van de openbare orde opleveren. Het is een vervolg op de van kracht zijnde wet Victoria die gemeenten in staat stelt om drugspanden te sluiten.

De wet BIBOB

Per 1 juni 2003 is de Wet BIBOB (Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) in werking getreden. De wet moet voorkomen dat de gemeente ongewild criminele activiteiten mogelijk maakt door het verlenen van een vergunning, het verstrekken van subsidie of het verlenen van een overheidsopdracht (aanbesteding). Op grond van de nieuwe wet is het mogelijk diepgaand onderzoek te doen naar de achtergrond van de persoon of onderneming, die een vergunning aanvraagt voor de exploitatie van een recreatie- of seksinrichting. Als na onderzoek blijkt dat de vergunning mogelijk gebruikt gaat worden voor criminele activiteiten, kan de gemeente de vergunning weigeren. Ook kan een reeds verstrekte vergunning om dezelfde reden tussentijds ingetrokken worden.

 

Citaat uit de Cannabisbrief van het Kabinet (GVM/2462547) april 2004

4. Aanscherping handhaving cannabisbeleid

Het beleid moet ondersteund worden door een strikte handhaving om overlast en andere negatieve verschijnselen tegen te gaan. Het Kabinet vraagt van gemeenten dat zij meewerken aan een aanscherping van het cannabisbeleid. Verder wil het Kabinet komen tot het nog verder terugdringen van coffeeshops in de buurt van scholen en in grensgebieden. Tevens zullen niet-gedoogde verkooppunten worden aangepakt. De meeste gemeenten voeren een actief cannabisbeleid. Daarnaast boeken verschillende gemeenten, zoals Rotterdam (Alijda) en Venlo (Hektor), uitstekende resultaten in de bestrijding van overlast en niet-gedoogde verkooppunten door actief samen te werken met partners en diensten, de zogenoemde integrale aanpak. Waar niet alle bestaande mogelijkheden tot optreden en handhaven optimaal worden gebruikt, spoort het Kabinet de gemeenten aan om deze volledig te gaan benutten. Tenslotte dienen beleid en handhaving nadrukkelijker te worden ingezet om ongewenste neveneffecten te bestrijden. Het Kabinet is van mening dat bestuurlijke kaders, zoals gemeentelijke beleidsplannen, handhavingsarrangementen en samenwerkingsovereenkomsten met partners belangrijke elementen zijn voor een effectieve handhaving. Bestaande instrumenten voor het toepassen van bestuursdwang op onder meer coffeeshops en niet-gedoogde verkooppunten, zoals de

Damoclesregeling en art. 174a van de Gemeentewet dienen voorts effectief te worden toegepast.

Strafbare feiten en maximumstraffen

Middelen op lijst II Opiumwet (softdrugs):Maximumstraffen:
Invoer/ uitvoer - verkoop, vervoer,
vervaardiging voor handelsdoeleinden
4 jaar vrijheidsstraf en/of
€ 45.000 boete
Verkoop, vervoer, vervaardiging,
bezit van meer dan 30 gram
2 jaar vrijheidsstraf en/of
€ 11.250 boete
Verkoop, vervaardiging, bezit tot 30 gram1 maand vrijheidsstraf
en/of € 2.250 boete



Laatste nieuws:

11-08-2008
Verplaatsing coffeeshops in ijskast

03-07-2008
Eigenaar Checkpoint 30 dagen langer vast

01-07-2008
'Drugsoverlast centrum valt mee'

23-06-2008
Checkpoint heet nu Den Engel

11-06-2008
Fracties in Terneuzen voor strikt gedogen

11-06-2008
Meer fracties willen ander drugsbeleid

11-06-2008
Drugsoverlast grensstreek groeit

10-06-2008
Politiek wil ander drugsbeleid

04-06-2008
Eigenaar Checkpoint moet langer vastzitten

03-06-2008
Advocaat Checkpoint zet in op heropening café-restaurant

Bekijk in ons archief alle berichten
Alle berichten...